Mijn ervaringen met de reguliere geneeskunde

 

·        Wat vooraf ging

·        Leukemie voor de tweede keer

·        Positieve ervaringen

·        Medische onderzoeken

·        Negatieve ervaringen

·        Weekendverlof

·        De laatste loodjes

·        Bijwerkingen

·        Naar huis, voorgoed!

 

Wat vooraf ging

 

In december 1996 ben ik 2,5 maand behandeld geweest door de reguliere geneeskunde (in het Middelheim ziekenhuis te Antwerpen). Het was voor het eerst in mijn leven dat ik werd opgenomen in een ziekenhuis.

Sowieso had ik in heel mijn leven geen enkel regulier medicijn gebruikt, zelfs geen paracetamol. Wanneer iemand in ons gezin ziek werd, gebruikten we o.a. natuurlijke middeltjes, homeopathie en voeding om te genezen. Antibiotica was mij volledig vreemd.

De ziekenhuisperiode vond ik vreselijk omdat ik me erg ziek en beroerd voelde en daar bovenop voor 2 maanden opgesloten lag in een klein steriel kamertje. Ik had ook veel last van bijwerkingen en ben met periodes heel zwak geweest.

Toch vond ik het verbazingwekkend dat ik in september 1997 alweer in Nederland op kamers zat en mijn opleiding had hervat. Ik herstelde ongelooflijk snel.

 

Terug naar boven

 

Leukemie voor de tweede keer

 

Na mijn laatste ziekenhuisbezoek in april 1997 heb ik, buiten de bloedonderzoeken, niet meer te maken gehad met de reguliere geneeskunde. Ook nu behandel ik mezelf bij ziekte met eigen middeltjes of alternatieve geneeskunde, hoeveel pijn ik soms ook heb.

Het gevaar hierin is dat ik niet snel naar een dokter ga en zelfs met mijn medische voorgeschiedenis in mijn achterhoofd heb ik daar in augustus 2002 lang mee gewacht. Toch had het dit keer niet veel uitgemaakt of ik een week eerder werd opgenomen of niet. In ieder geval heb ik drie weken rondgelopen met de bekende symptomen: hartkloppingen, duizeligheid, nachtzweten, hevige vermoeidheid, kortademigheid, lichte verhoging in de avond, e.a. In het begin was het nog niet zo ernstig en ging ik gewoon door met werken. Doordat mijn werk fysiek erg zwaar was, ben ik na twee weken toch afgehaakt. Uiteindelijk bleek zelfs thuis de minste inspanning te veel te zijn en ben ik toen toch maar bloed gaan laten testen.

 

De diagnose voor de tweede keer horen, was tien keer harder omdat ik besefte dat deze ziekte altijd terug kon komen, m´n hele leven lang! De paniek sloeg me om het hart. Gelukkig denk ik daar nu anders over waardoor de angst veel minder groot is geworden.

 

Terug naar boven

 

Positieve ervaringen

 

Dit keer lag ik in het UMC in Utrecht, gelukkig dicht bij de woning van mijn vriend en mij. Omdat de reguliere wetenschap tot de ontdekking is gekomen dat het meeste infectiegevaar (tijdens de behandeling van leukemiepatiënten) voor 90% van binnenuit komt (van bacteriën in de darmen), was steriel liggen niet meer nodig. Het nadeel was dat ik zes weken lang medicijnen moest slikken die zowel de goede als de slechte bacteriën doodden in mijn maag en darmen, met als gevolg dat ik gedurende die lange periode een bacteriearm dieet kreeg. Maar de voordelen waren zo groot dat dit ongemak in het niets viel: ik kwam op zaal te liggen waar ik onbeperkt bezoek mocht ontvangen, waar ik m´n eigen hoekje mocht inrichten met foto´s, boeken en andere spulletjes, waar bloemen mochten staan en waar ik m´n eigen kussen en dekbed mocht gebruiken. Ik kon wandelingetjes maken in het ziekenhuis en mits toestemming mocht ik bijna elke dag even naar buiten! En boven dit alles mocht mijn vriend een bed naast me zetten en blijven slapen wanneer hij wilde, zolang de zaal niet te vol lag! Hier hebben we zeker gebruik van gemaakt. M´n moeder is ook eens een keer komen overnachten want die kwam soms laat aan vanuit België.

De hal van het ziekenhuis zag er uit als een hotel, je had leuke plekjes om te zitten en het personeel was uitermate vriendelijk. In Antwerpen had ik dat gevoel niet over het personeel maar ik was dan ook niet te genieten en had geen zin in praatjes met verpleegsters omdat ik me te ziek voelde.

 

Nu was het een heel ander verhaal. Ik kwam het ziekenhuis binnen in een rolstoel, te moe om te lopen. Vervolgens kreeg ik drie zakken bloed en voelde ik me daarna zo goed dat ik niet kon geloven dat ik nog ziek was. Door het hele ziekenhuis verspreid moest ik onderzoeken doen voor o.a. mijn ogen, hart en longen wat ik allemaal lopend deed zonder moe of duizelig te worden. Heel de weg had mijn vriend voor niets een rolstoel meegenomen. Deze onderzoeken waren nodig om te kijken of alles normaal was voordat ik aan de chemokuur begon, om complicaties beter te kunnen constateren.

 

Bijna heel deze eerste kuur (vijf weken) heb ik me erg krachtig en positief gevoeld. Ik ben mij gaan interesseren voor mijn ziekte, wilde alles weten wat er met me gebeurde en vond het niet moeilijk als mensen vragen stelden. Vroeger kon ik er moeilijk over praten, ik kon het woord ´leukemie´ nauwelijks uitspreken en wilde er verder niets over weten en lezen. Ik kreeg in het Middelheim ziekenhuis daarin ook weinig uitleg en begeleiding.

 

Voordat ik ziek werd, werkte ik in de zorg (met verstandelijk gehandicapten), maar ik had nooit gedacht dat ik zelf ooit ook mentoren zou krijgen, dat men rapportage over me zou schrijven en dat ik ook een dagprogramma zou hebben. De rollen waren nu omgekeerd. Nu zag ík elke dienst een ander gezicht en was ík benieuwd wie de volgende dag zou komen, nu had ík een eigen vakje waar medicijnen zaten voor elke dag, nu kon ík klagen over het eten uit de grote keuken, nu werd mijn bed verschoond en werd er voor míj schoongemaakt en ga zo maar door. Omdat het werk zo herkenbaar voor me was, kon ik daar met de verpleegsters leuke grapjes over maken.

Er heerste sowieso een goede sfeer in mijn kamer. Ik deelde de zaal met een meisje van mijn leeftijd die ook heel positief in haar ziekteproces stond. We hebben maar drie dagen van elkaar kunnen genieten omdat haar behandeling afgelopen was, maar we hebben nu nog steeds contact. Samen hebben we toch een fundament gelegd van vrolijkheid voor mijn hele verdere verblijf. Mensen waren verbaasd hoe goed ik bleef onder deze omstandigheden maar eerlijk gezegd weet ik ook niet waar ik het vandaan haalde. Ik weet wel dat de ziekte dit keer nog niet in zo´n ver stadium gevorderd was als vorige keer, waardoor ik me steeds weer gelukkig kon prijzen dat ik me niet zo ziek voelde en dat ik zo veel vrijheden had binnen de beperkingen die de behandeling met zich meebracht. Ik had zelfs een geleende laptop op mijn kamer en kon mailen met iedereen.

 

De verschillen tussen de behandeling in 1996 en nu zijn heel groot. De psychische verzorging van de patiënt is enorm verbeterd en niet weg te denken de behandeling die steeds in ontwikkeling is gebleven en steeds beter en minder agressief is geworden.

 

Terug naar boven

 

Medische Onderzoeken

 

Maar het was natuurlijk niet allemaal leuk en gezellig: er werden allemaal pijnlijke onderzoeken bij me gedaan die niet voor herhaling vatbaar waren maar helaas meerdere malen zijn uitgevoerd: de beenmergpunctie, de botbiopsie en de lumbaalpunctie. In 1996 heb ik ze wel 3 tot 4 keer ondergaan, nu gelukkig elk maar één keer.

De beenmergpunctie (opzuigen van merg uit het bot) is nodig om de diagnose ´leukemie´ te bevestigen en om na elke chemokuur te weten te komen of de onrijpe witte bloedcellen (leukemiecellen) nog te zien zijn. Is dat niet het geval, dan is de chemotherapie goed aangeslagen en is men in ´complete remissie´ voor die bepaalde kuur (het is helaas niet te onderzoeken of ze echt allemaal verdwenen zijn). Zijn er na een chemokuur nog wel duidelijk onrijpe cellen te zien, dan is dit erg ongunstig en wordt er vaak een andere behandeling gestart.

Een botbiopsie (verwijderen van een stukje beenmerg (vezel) uit het bot) is gelukkig maar eenmalig en dient om te achterhalen om welke vorm van leukemie het gaat, wat heel belangrijk is voor het kiezen van de juiste behandeling. 

De lumbaalpunctie (ruggenprik) is een onderdeel van de behandeling van acute lymfatische leukemie (ALL) en wordt regelmatig uitgevoerd. Zo´n lumbaalpuctie wordt gedaan om te onderzoeken of er leukemiecellen in het hersenvocht (liquor) zitten. Daarbij wordt door middel van een dunne naald tussen twee wervels in de onderrug geprikt om liquor op te kunnen vangen. Dezelfde hoeveelheid vocht die eruit gehaald is (om onderzocht te worden), wordt door middel van een bepaalde chemo (MTX) terug opgevuld om eventuele aanwezige slechte cellen in het hersenvocht te doden. Na zo´n punctie moest ik minstens 4 uur plat liggen om hoofdpijn te voorkomen, maar dat hielp niet echt. Het hield zelfs vaak een halve week aan. Gelukkig was het bij deze hoofdpijn wel zo dat wanneer ik ging liggen, deze volledig verdween.

 

Terug naar boven

 

Negatieve ervaringen

 

Soms werd de behandeling zwaarder doordat er slordig met me om werd gegaan: als het aan mij lag zouden bepaalde mensen sommige taken niet mogen uitvoeren, want je wilt niet weten wat er zoal fout ging.

Om een klein voorbeeld te noemen: de verpleger die het eerste infuus bij me prikte, bibberde ontzettend met z´n handen en stak de naald verkeerd. Vervolgens ging hij heel klungelig in m´n arm zitten porren in de hoop nog een ader te vinden. Uiteindelijk kwam het infuus toch op en andere plek terecht. Mijn arm was van dit incident ongelooflijk blauw geworden en die is 6 weken blauw gebleven. Er werd natuurlijk ook elke dag bloed geprikt in deze of mijn andere arm.

Dat was dan het voordeel van een katheder (een centrale plek van buisjes, vastgenaaid aan het sleutelbeen) die ik tijdens mijn behandeling in 1996 had. Daar kon bloed gewoon uit een van die buisjes gehaald worden, waardoor ik alleen helemaal in het begin een paar keer geprikt ben.

Nu werd er elke morgen geprikt, en om de vijf dagen kreeg ik een ander infuus. Het kwam op een gegeven moment mijn strot uit en werd al huiverig toen ze met de naald kwamen. Het bloed prikken ging ook wel eens fout en gebeurde dagen achter elkaar in dezelfde arm omdat het niet in de arm mocht waar het infuus zat. Op een gegeven moment was er geen plaats meer om naast een blauwe plek te prikken. Echt een vreselijke ervaring, zeker om de dag mee te beginnen. Nu bleek ik ook nog erg dunne aders te hebben en ging vervolgens het zoeken naar een geschikte plek voor een infuus vaak moeizaam.

Zo was er een zaalarts (ik kreeg wekelijks iemand anders omdat de vaste op vakantie was) die erg slordig te werk ging, die te gemakkelijk dacht het opnieuw te kunnen proberen en nog eens opnieuw, alsof ik geen emoties of pijnbeleving had. Ze maakte het infuus vervolgens niet goed steriel, liet allemaal afval en vlekken achter op mijn bed en verliet de zaal even snel als ze gekomen was. Gelukkig kon ik mijn hart luchten bij die lieve verpleegsters, die me opnieuw verzorgden tot alles in orde was. Het is toch ongelooflijk dat mensen een zodanige routine in hun werk krijgen dat ze helemaal vergeten dat ze met mensen bezig zijn!

Eén keer was een zaalarts zo onvoorzichtig geweest met het toedienen van chemo, dat ze een beetje van deze vloeistof op mijn huid morste. Nu moet je weten dat zij zelf bepaalde beschermende handschoenen droeg omdat aanraking met deze stof een derde graadsverbranding teweeg kan brengen. Het was echt een kwestie van slordigheid en onoplettendheid dat dit gebeurde en ik mocht blij zijn dat de gevolgen niet ernstig waren. Wel moest ik bijna heel de dag en nacht gedurende drie etmalen coolpacks op mijn hand leggen met als gevolg een verstoorde nachtrust. Twee weken lang moest ik een speciale zalf smeren op mijn huid en elke dag kwam een arts kijken hoe het eruit zag. Ik heb gelukkig geen brandwonden gehad maar een dun bovenlaagje van mijn huid is wel afgeveld.

 

Ik heb nog een paar maanden plezier gehad van dit incident: doordat er chemo gemorst werd, moest mijn infuus meteen verwijderd worden zodat mijn hand optimaal verzorgd kon worden. Normaal wordt het toedienen van chemo gevolgd door een spoeling met zoutwater omdat de chemo zo snel mogelijk verdund en verspreid moet worden. Zo´n spoeling duurt minimaal twee uur en dat was in dit geval dus niet meer mogelijk met als gevolg dat het chemische, giftige spul te lang in mijn ader heeft gezeten en dus schade heeft veroorzaakt. Omdat op mijn hand geen verkleuringen zichtbaar waren, konden de artsen mij geruststellen dat de schade wel meeviel, maar ik heb op die plek maanden pijn gehad. Het is zo´n agressief goedje dat het een heleboel kapot maakt van binnen. Het is van groot belang dit te realiseren zodat er ook iets gedaan wordt aan het herstel hiervan. In het ziekenhuis werd daar geen aandacht aan besteed, wat ik echt vreemd vind. Daarom heb ik mij door alternatieve middelen laten ondersteunen tijdens en na de behandeling.

 

Terug naar boven

 

Weekendverlof

 

Na dergelijke incidenten, veroorzaakt door slordige zaalartsen en verplegers, werd ik wel alerter en ben ik meer dingen gaan vragen. Zo moest ik er zelf achter komen dat het bloed prikken in mijn arm niet elke dag nodig was. Om de dag was een vingerprikje voldoende waar ze een klein buisje mee konden vullen met bloed. Dat scheelde een hele hoop rust voor mijn arme blauwe plekken. Waarom kwamen ze daar zelf niet mee?

Door te blijven vragen wat er nog allemaal mogelijk was, ontdekte ik dat ik in de weekends gewoon naar huis mocht (behalve de laatste drie weken) en dat ik naar buiten mocht op momenten dat ik het niet had verwacht. Als je er niet om vroeg, dan lieten ze je gewoon liggen! Het is toch zonde! Ze moesten eens weten wat ik aan zo´n paar dagen thuis heb gehad. Mijn vriend en ik zijn in zo´n weekend op bezoek geweest op het gepland familieweekendje in de Ardennen en zijn één nachtje gebleven. Ik was zo gelukkig dat wij erbij waren.

 

Het was in die zin mogelijk om naar huis te gaan omdat mijn eerste chemokuur eruit bestond dat ik de eerste twee weken alleen op maandag chemo kreeg (twee spuiten via mijn infuus). Vaak voelde ik me op dinsdag erg raar, vermoeid, lusteloos en erg emotioneel maar de volgende dag werd dat al minder en op het einde van de week voelde ik me, buiten de vermoeidheid, best goed. Zodoende was er geen reden om in het ziekenhuis te blijven want er stond niets meer op het programma. Ik kreeg wel een zakje vol met pillen mee die ik op zes verschillende tijden in moest nemen en ik moest al mijn maaltijden koken en hygiënisch klaarmaken. In dat opzicht was ik toch nog erg bezig met mijn behandeling maar ik was zo blij dat ik weer mijn eigen eten kon klaarmaken en in mijn eigen bed kon (uit)slapen dat het mij niets kon schelen. Het tweede weekend wilden ze mij eerst niet laten gaan omdat ik al een hele week erge hoofdpijn had van de lumbaalpunctie die in het begin van de week bij mij was uitgevoerd. Paracetamol in hoge dosis hielp niets maar er zat wel lichte verbetering in. Thuis heb ik er nog veel last van gehad dus lag ik vooral op bed, maar wel in mijn eigen bed met mijn liefje naast mij!

 

Terug naar boven

 

De laatste loodjes

 

De laatste weken van deze kuur moest ik blijven omdat ik buiten die twee spuiten op maandag nu ook elke dag (14 dagen lang) asparaginase (chemo) via een bakster toegediend kreeg. Na lang aftellen tot ik de laatste bakster chemo had gekregen, moest ik nog blijven tot mijn stollingsproces hersteld was. Deze werd verstoord door de asparaginase met als gevolg dat ik elke dag twee zakken plasma kreeg, zelfs tot vijf dagen nadat de laatste bakster was toegediend, dus langer dan ik had verwacht. De verpleging had me blij gemaakt door te zeggen dat het herstel maar een paar dagen zou duren en dat ik dan naar huis zou mogen. Na drie dagen ging het nog niet door en was ik erg teleurgesteld, boos en verdrietig.

De laatste loodjes wogen gewoon te zwaar. Ik had al een hele week ongelooflijke rugpijn (botpijnen en ligpijnen) waardoor ik bijna niet meer kon slapen en zelfs een paracetamol niet meer hielp.

Overdag kon ik in bad (pas toen vertelden ze mij dat er een bad was op de afdeling, van zo´n lekkere verwennerij had ik wel vaker gebruik van willen maken), met lavendel badmelk zodat de pijn dragelijk werd. Heerlijk! Overdag en ´s nachts kreeg ik hotpacks voor op m´n rug. Het was een heel gedoe. Op een gegeven moment heb ik zware pijnstillers genomen en inslaapmiddeltjes. Maar in de dagen die daar op volgden werd ik misselijk en moest ik voor het eerst overgeven. Ik had het gevoel dat het aan die pijnstillers lag en durfde deze niet meer in te nemen. Toch was het waarschijnlijk van de chemo. Na drie dagen at ik weer wat meer, hoewel mijn smaak erg vreemd was de laatste tijd waardoor ik bijna niets meer lekker vond, alleen zoute bouillon. Het was een gekke gewaarwording dat bijvoorbeeld chocolade opeens afstotelijk vies was. Door de chemo kreeg mijn speeksel een vieze, zoete smaak die ik steeds voor een half uurtje weg kreeg door een glaasje bouillon te drinken. Dus je kunt nagaan hoeveel ik daarvan gedronken heb.

 

Terug naar boven

Bijwerkingen

 

Het was een grote vergissing te zeggen dat het eigenlijk allemaal wel meeviel. In het begin was dat ook wel zo en het is lang zo gebleven, maar de allerlaatste dagen kreeg ik de vervelendste bijwerkingen. De rugpijn was onuitstaanbaar, ik was ondertussen bijna kaal geworden en de misselijkheid die gelukkig lang is uitgebleven kwam uiteindelijk toch even de kop opsteken. Ik had een overgevoeligheid in al mijn vingers en tenen waardoor elke aanraking pijn deed en ik kreeg trillende handen en vingers waardoor schrijven en fijne dingen doen niet goed lukten. Mijn knieën waren zwak en bij elke stap zakte ik een beetje door. Ik voelde me elke dag vermoeider worden terwijl ik het gevoel had dat dat niet meer mogelijk was. Ik voelde me vreemd, leeg, mijn lichaam klopte niet meer, het paste niet meer bij de persoon die ik was. De overige, minder smakelijke bijwerkingen zal ik jullie besparen, maar het is duidelijk dat er heel wat te herstellen viel.

 

Terug naar boven

 

Naar huis, voorgoed!

 

Om even verder te gaan met de laatste week van mijn ziekenhuisverblijf, kan ik zeggen dat de vierde dag de maat voor mij vol was. Ik had me voorgenomen dat ik naar huis zou gaan, wat de artsen ook zouden zeggen. Na de bloeduitslag kwamen ze toch vertellen dat ik de volgende dag nog plasma nodig had en dus moest blijven. Ik liet duidelijk merken dat ik dat niet wilde en stelde zelf voor om thuis te overnachten en de volgende dag terug te komen voor plasma. Uiteindelijk lieten ze mij gaan maar konden niet garanderen dat ik de volgende dag ook weer naar huis mocht. Maar dat was een zorg voor later.

Oost, west, thuis best! Dat gevoel heb ik nog nooit zo sterk gehad als toen. Ik raakte er zo snel aan gewoon dat ik had besloten de volgende dag (vrijdag) plasma te gaan halen, mijn spullen te pakken en weer naar huis te gaan. In het weekend worden geen grote besluiten genomen omdat de meeste artsen dan afwezig zijn en dan had ik daar moeten blijven tot maandag.

Voor de artsen was het wel duidelijk dat ze mij niet meer konden houden maar ze gingen er ook vanuit dat het goed zou gaan met het stollingsproces. In ieder geval moest ik de maandag daarop bloed laten controleren om te checken of dat wel degelijk in orde was. Het verliep allemaal goed en ik was weer thuis, voor altijd,…

Dat wist mijn behandelende arts tot die tijd nog niet, maar dat besluit had ik ergens in de laatste week van de kuur voor mezelf genomen. Geen chemotherapie meer voor mij, niet nu, niet over tien jaar, nooit meer!

 

Terug naar boven